vrijdag 1 april 2011

Slag der Grenzen

De Slag der Grenzen is een veldslag in de Eerste Wereldoorlog tussen 20 en 25 augustus 1914 in de Ardense regio en het noorden van Metz tussen Frankrijk en Duitsland.
De Fransen trekken België binnen maar stuiten op 22 augustus 1914 op twee Duitse legers. De Fransen lijden zware verliezen. Hun 3e leger onder generaal Pierre Ruffey wordt vernietigd en ook het 4e leger van generaal Fernand de Langle de Cary wordt zwaar toegetakeld. De Fransen trekken zich terug tussen de Maas en de Marne, om zich te verschansen op de versterkingen van Verdun.

                                                       Pierre Ruffey                          Fernand de Langle de Cary

Op 21 augustus gebruiken de Duitsers in Tamines (Charleroi) een levend schild van 650 burgers tegen de Franse kogels. Hun opzet mislukt en ze steken de huizen in brand en maken 460 mannen af.
Dinant wordt in de ochtend van 22 augustus binnengevallen door het Duitse 3e leger. Meer dan 80 mannen worden doodgeschoten, daarna wordt de stad in brand gestoken. Ook de volgende dag worden burgers (vooral vrouwen en kinderen) vermoord en tegen de avond branden 1200 huizen.

                                         Joseph Joffre                            CharlesLanzerac

Bij het derde gevecht in de Slag der Grenzen laat de Franse opperbevelhebber, generaal Joseph Joffre,
het 5e leger van generaal Charles Lanrezac tussen Samber en Maas (de streek Tussen-Samber-en-Maas) stellingnemen om zo de Duitse opmars te blokkeren. De Duitsers gebruiken zware houwitsers om Namen in te kunnen nemen en er sneuvelen meer dan 27.000 Franse soldaten. Namen valt uiteindelijk op 25 augustus.
Tijdens de Slag van Bergen op 23 augustus is er een eerste contact tussen de Duitsers en de Britten. De Britten verliezen veel manschappen van het 4e Bataljon, de Royal Fusiliers, na een aanval door Duitse infanteristen. De British Expeditionary Force doden veel Duitse soldaten van het 1e leger onder generaal Alexander von Kluck, maar daarna worden ze vijf km achteruit gedwongen en omdat het Franse 5e leger onder generaal Lanrezac zich te ver naar het oosten heeft moeten terugtrekken, moeten de Britten wijken.
Op 24 augustus krijgt het Britse 4e Bataljon de opdracht zich terug te trekken naar Le Cateau. Dit gebeurt tot 27 augustus onder voortdurende gevechten met het Duitse 1e leger onder generaal Alexander von Kluck. De Duitse aanvallen worden afgeweerd door het Britse 2e korps onder generaal Smith Dorrien ten koste van 7800 doden. De Britse terugtocht lijkt op een vlucht, maar ze kunnen toch ontsnappen.

 
                                                        Alexander von Kluck                        Smith Dorrien
Zo komt er een eind aan de Slag der Grenzen.

Helmuth von Moltke

De Duitsers maken echter een misrekening. De Duitse bevelhebber Helmuth von Moltke past het Schlieffenplan aan naar aanleiding van de ongeorganiseerde terugtrekking van de Fransen en Britten. Hij evalueert de strategische situatie echter verkeerd en hij stuurt Duitse troepen naar Parijs, maar ook naar de Elzas als versterking voor een nieuwe aanval. Hij stuurt ook nog twee korpsen naar het oostfront. Andere eenheden belegeren Maubeuge en Antwerpen.

                                                              Ferdinand Foch                                Michel Maunoury

De Franse generaal Joseph Joffre kent nu de locatie van de Duitse troepen en bereidt een tegenaanval voor in het noordoosten van Frankrijk. De Franse troepen in Verdun moeten ter plaatse blijven als anker voor het komende offensief. Hij stelt twee nieuwe legers samen, het 6e leger onder generaal Ferdinand Foch en het 9e leger onder generaal Michel Maunoury.

Represailles in Aarschot

In augustus 1914, in de beginfase van de Eerste Wereldoorlog, werd Aarschot door het Duitse leger bezet.
Kolonel Johannes Stenger van de 8e Infanteriebrigade nam met enkele Duitse officieren zijn intrek in het huis van burgemeester Jozef Tielemans op de hoek van de Peterseliestraat (nu Martelarenstraat) en de Grote Markt.

Ooggetuigen, waaronder de ouders van Jozef De Vroey, die hier later het boek "Woensdag 19 augustus 1914 - Aarschot" over schreef, hadden gezien hoe Duitse officieren er plezier in hadden om voorbijgangers vanuit een slaapkamerraam te beschieten.
Er ontstond tumult toen op de markt huizen in brand werden gestoken omdat er, volgens de Duitsers, vrijschutters verscholen zaten.
Kolonel Stenger kwam op het balkon kijken en werd dodelijk getroffen door een kogel. Hij werd, met zijn hoofd onder een handdoek, neergelegd op een bed. Waarschijnlijk werd de kolonel, die een kwalijke reputatie had, doodgeschoten door een van zijn eigen soldaten.
Rond 19 uur werden burgers uit hun huizen gehaald. Vrouwen en kinderen moesten zich rond de pomp op de markt verzamelen; de mannen werden in een hoek gedreven. Duitsers escorteerden 83 mannen naar de Leuvensesteenweg. Onderweg konden er zich vijf uit de voeten maken.
In een weide werden ze, drie aan drie, neergeschoten. Drie van hen konden in de verwarring ontkomen toen de Duitsers in het wilde weg begonnen te schieten. De doden werden haastig door de Duitsers begraven.
Een tweede groep gijzelaars werd kort nadien naar het marktplein gebracht, de handen geboeid op de rug. Rond elf uur 's avonds werd burgemeester Tielemans, zijn zoon en zijn broer ook naar het marktplein gebracht. De echtgenote van de burgemeester stond aan de pomp en zag hoe haar man samen met de grote groep werd weggebracht naar een aardappelveld langs de Leuvensesteenweg.
De burgemeester, zijn zoon en broer werden voor een Duits standgerecht haastig ter dood veroordeeld en doodgeschoten. Omdat de verantwoordelijkheid van de Aarschottenaars op één op drie werd ingeschat werden van de tweede groep 25 man geëxecuteerd, door ze op één lijn te plaatsen en elke derde man een nekschot te geven. Mensen die in de buurt woonden werden opgetrommeld om hun stadsgenoten te begraven.

Slag der Zilveren Helmen

De Slag der Zilveren Helmen, geleverd op 12 augustus 1914, vond te Halen plaats. De Duitsers hadden bij het begin van de Eerste Wereldoorlog de forten rond Luik veroverd en de Gete werd door de Belgische legerleiding gekozen als natuurlijke verdedigingslijn om de opmars van de Duitsers in noordelijke richting te verhinderen.

De zilveren helmen (foto uit het plaatselijk museum)
Voorbeschouwing
Op 11 augustus was de Belgische legerleiding ervan overtuigd dat de Duitsers, die in noordelijke richting optrokken vanuit Sint-Truiden, Borgloon en Hasselt, Diest zouden bedreigen. Generaal De Witte moest met een beperkte legermacht een linie die liep van Drieslinter tot Halen verdedigen (14 km). 's Avonds, tijdens een vergadering in het café Oud Cortenaeken (dat nog altijd bestaat) in Kortenaken overtuigden jongere officieren De Witte ervan zich te voet te verdedigen omdat de Duitsers per Jagersbataljon over 6 machinegeweren (Maxims) beschikten. In de morgen van 12 augustus ontving het hoofdkwartier van het Belgisch leger in Leuven via telefoon en telegraaf berichten over het groot aantal Duitsers dat in de richting van Halen optrok om daar via de brug de Gete over te steken. Men stuurde de 4e Brigade als versterking naar De Witte.

Een doodskophuzaar
Troepen
De Belgische en Duitse troepen die bij de slag betrokken waren bestonden uit de volgende eenheden:

Eerste schermutselingen
Cyclisten van de 3e compagnie openden bij de Getebrug om 8u10 het vuur op een twaalftal ruiters die van Herk-de-Stad richting Halen marcheerden. Van het twaalftal ruiters werden er 4 gedood en 2 raakten gewond. Ook werd er 1 Duitser gevangengenomen. Het tweehonderdtal Belgen, die intussen over twee Hotchkiss-mitrailleurs beschikten, installeerden hun verdediging rond een (thans verdwenen) brouwerij maar werden, toen de Duitsers artillerie lieten aanrukken, samen met een groot deel van de Halense bevolking verdreven. Pioniers (genietroepen van de Cyclisten) dynamiteerden de brug die maar gedeeltelijk instortte waardoor een duizendtal Duitsers Halen kon bezetten. Deze gemakkelijke overwinning was er mee de oorzaak van dat de Duitsers later overmoedige cavalerieaanvallen zouden lanceren.

Opstelling van de Belgische troepen

De Belgische generaal Proost had van De Witte de opdracht gekregen zijn Lansiers tussen het bos van Loksbergen en de oostzijde van het dorp op te stellen. Hij was voorzichtig genoeg om eerst het terrein te verkennen en merkte dat het terrein voor hem, richting Halen, zeer onoverzichtelijk was en de Duitsers ongemerkt konden naderen. Hij verkoos zijn Lansiers op te stellen bij een boerderij, de IJzerwinning, die het centraal punt van de verdediging werd en waarlangs een weg liep van noord naar zuid. De 2e Gidsen posteerden zich ten noorden van de Rohtemmolen; de 1e Gidsen meer naar het westen, aan de zoom van de nu verdwenen Loksbergse bossen. Vier kanonnen van de bereden Artillerie, vlak achter de top van de Mettenberg, bestreken het terrein tot Halen. Ook op de Bokkenberg was er Belgische artillerie aanwezig. Cyclisten betrokken posities in Zelk.

 De aanval

De Duitse cavalerie, overtuigd van hun superioriteit en met een verlangen om nog eens storm te lopen, koos voor een regelrechte cavalerieaanval in de oude stijl, in galop en met getrokken sabel. Toen het 17e en 18e regiment Dragonders Halen binnenreed ontstond er een concentratie van Duitse troepen die plots door de Belgische artillerie onder vuur werd genomen. De eerste Duitse stormlopen wilden met hen afrekenen.
Ondertussen waren de Cyclisten, die de brug over de Gete in Halen prijsgegeven hadden, ontplooid op een plateau ten noorden van de IJzerbeek, tussen het vuur van de Duitsers in Halen en de Belgische Lansierskarabijnen rond de IJzerwinning. Ze kregen de tijd niet om zich in te graven en werden aangepakt door infiltrerende Duitse Jagers. Van de Cyclisten sneuvelden er 30 en meer dan 100 raakten gewond.
Tussen 13:00 en 14:00 zette een eskadron van het 17e Dragonders zich vanuit Halen in beweging richting Zelk. Daar werden ze afgeslacht door de Belgen; tien paarden zonder ruiter bereikten de barricade; Rittmeister von Bodecker, de eskadroncommandant, werd gevangengenomen.

Nabeschouwing

De slag, alhoewel beperkt in omvang, wordt door historici beschouwd als de laatste grote cavaleriecharge met de blanke sabel in West-Europa. Het was een tijdelijk succes voor het Belgisch leger; het moest zich nadien snel terugtrekken op de vesting Antwerpen. Heinz Guderian, een Duits generaal, wijdde er in zijn boek Achtung: Panzer! uit 1937 een heel hoofdstuk aan om aan te tonen dat zelfs de meest dappere cavalerieaanval tot mislukken gedoemd is als de vijand zich maar hardnekkig verzet met moderne vuurwapens.
Tijdens de slag sneuvelden 160 Belgen; de Duitse en Belgische cavalerietroepen verloren meer dan 400 paarden. Aan de andere kant sneuvelden 140 Duitsers, 600 raakten gewond en meer dan 200 werden gevangengenomen. De Belgische gesneuvelde soldaten liggen begraven op de Belgische militaire begraafplaats van Halen.

In de Engelstalige literatuur is deze slag bekend als de Slag bij Halen. De benaming "Slag der Zilveren Helmen" gaat terug op het gelijknamige gedicht van August Cuppens, in 1914 pastoor van Loksbergen. Deze naam, die ontleend is aan de hoofdbescherming van de Duitse kurassiers die na de slag her en der opgeraapt kon worden, verwijst natuurlijk naar een vroeger conflict waarbij men zich dapper teweerstelde tegen een buitenlandse invaller, de Guldensporenslag.

 Museum

In het Halense gehucht Rotem is er een museum, ter herinnering aan de slag (privé-initiatief). Het wordt in stand gehouden door kinderen van Jozef Stroobants, de bewoner van de IJzerwinning, die het museum (ongeveer 350 m²) stichtte.
Het museum

Slag om Luik

De Slag om Luik was een veldslag aan het westfront in de Eerste Wereldoorlog. De slag vond plaats van 5 augustus tot 16 augustus 1914 en werd uitgevochten tussen België en het Duitse Keizerrijk

vernietigd fort te Luik

Op 5 augustus 1914 om 22:00 uur opende generaal Otto von Emmich de aanval op de forten rond Luik. Deze forten vormden een blokkade voor het Duitse 1e en 2e leger in hun opmars naar Frankrijk.De Duitse 38e en 43e brigades probeerden in het zuiden tussen Boncelles en de Ourthe door te breken. De Duitse 34e brigade gaat in het noorden bij Lieze (Lixhe) de Maas over. De Belgische generaal Leman trekt zich met zijn hoofdkwartier in de Citadel terug. Die nacht begint de werkelijke aanval op Luik. De 14e Duitse brigade breekt tussen de forten van Fléron en Evegné door maar stuit op eenheden van de 3e Belgische divisie. De Duitse generaal Ludendorff voert zijn mannen tot het oosten van La Chartreuse en geeft bevel de bruggen over de Maas te bezetten. Dit lukt zonder slag of stoot. In Weerst (Warsage) bekoelt de 34e brigade van het Duitse leger op 6 augustus 1914 haar woede op de bevolking nadat een officier is neergeschoten bij het binnenkomen van het dorp. De bevolking wordt uit hun huizen gezet, weggeleid of neergeschoten. 24 mensen worden gedood. Kort na de middag begint Ludendorff met de beschietingen op Luik vanuit het plateau van Belleflamme. Hij bereikte 's morgens Jupille via Retinne en Bellaire. De troepen van generaal von Emmich rukken Luik binnen. In de ochtend van 7 augustus 1914 leidt Ludendorff zijn mannen naar de Citadel. De wachtcommandant geeft zijn hele bezetting over aan de Duitsers. Op 9 augustus 1914 wordt bombardement uitgevoerd vanuit een Duitse zeppelin. De dag erna valt het eerste van de twaalf forten na een bombardement van 42-cm-houwitsers (Dikke Bertha) door het Duitse 2e leger onder generaal Karl von Bülow. Een voor een vallen de forten omdat ze niet bestand zijn tegen de zware granaten.
In Halen heeft op 12 augustus 1914 de eerste grote veldslag plaats tussen de Duitse en Belgische cavalerie. De Slag der Zilveren Helmen krijgt zijn naam door de hoofdbedekking van 150 gesneuvelde Duitse kurassiers uit twee cavaleriedivisies onder generaal Georg von der Marwitz. De Belgische 4e Infanteriebrigade en een cavaleriedivisie onder generaal De Witte, verhinderen de Duitse overtocht over de Gete, maar Duitse artillerie drijft de Belgische troepen richting Antwerpen. Fort Loncin wordt op 15 augustus 1914 geraakt door een voltreffer in de kruitkamer. De Belgische generaal Gérard Leman wordt door de Duitsers levend vanonder het puin gehaald en bij generaal von Emmich gebracht. Leman eist dat er in het rapport melding wordt gemaakt van het feit dat hij zich niet heeft overgegeven en dat hij bewusteloos was bij de gevangenneming. Op 16 augustus 1914 is met de inname van het laatste fort Luik in Duitse handen. Het Belgische leger trekt zich terug en blaast alle bruggen achter zich op. Ze vormen een nieuwe linie langs de Gete via Namen tot bij Givet. De Duitse generaal Alexander von Kluck trekt met zijn 1e leger westwaarts over de Maas, gevolgd door generaal Karl von Bülow met zijn 2e leger. Koning Albert I beveelt op 18 augustus 1914 het Belgische leger zich terug te trekken tot de haven van Antwerpen. Ongeveer 75.000 manschappen trekken zich terug achter de Dijle om zich bij het garnizoen van 60.000 man te voegen die de haven beschermt. Op 19 augustus 1914 zijn Andenne en Leuven ingenomen door de Duitsers, ook Aarschot wordt reeds bezet en bij de Duitse represailles in Aarschot op 19 augustus 1914 worden er 150 burgers neergeschoten. In Battice, Herve, Soumagne en Verviers worden op 20 augustus 1914 burgers vermoord.

Duitse opmars door België

In 1897 volgt Alfred von Schlieffen Waldersee op als chef van de Duitse Generale Staf. Hij maakt meteen zijn plan bekend voor de Grote Europese Oorlog.

Volgens dit plan, het Von Schlieffenplan genoemd, zal Duitsland de neutraliteit van Luxemburg, België en Nederland schenden en maakt een inval in België noodzakelijk.
Er zal wel formeel vanuit Berlijn een ultimatum naar Brussel worden gestuurd om vrije doortocht voor de Duitse troepen te verkrijgen, maar het antwoord is niet van belang.

In 1904 is het Duitse aanvalsplan in België uitgelekt. De koning en de legerleiding dringen op een verhoging van militaire inspanningen aan, en in 1908 nemen ze de legerkwestie onder de loep. Onder leiding van regeringsleider Frans Schollaert en minister van Oorlog generaal Joseph Hellebaut wordt de legerhervorming voorbereid en de persoonlijke dienstplicht gaat van kracht op 1 december 1909.

            
                                                          Frans Schollaert                                              Joseph Hellebaut

In 1913 maakt Koning Albert I in Berlijn een verontrustend incident mee als de Duitse keizer Wilhelm II hem meedeelt dat een oorlog met Frankrijk onvermijdelijk is. Verderop aan tafel hoort hij de Duitse opperbevelhebber Helmuth von Moltke praten over de dwaasheid van België als ze verzet zouden bieden bij een Duitse doortocht.

            
                                                   Albert I                                      Keizer Wilhelm II


                                                    Helmuth Johannes Ludwig von Moltke

Hij besluit nogmaals naar Frankrijk en Duitsland af te reizen om de Belgische neutraliteit te bepleiten en om te waarschuwen voor verzet bij oorlog tussen de twee landen.
Op 28 mei 1913 voert de minister van Oorlog, Charles de Broqueville, de veralgemeende dienstplicht in in België, om de legersterkte van 180.000 man naar 340.000 te verhogen. Dit getal zal echter nooit gehaald worden.

Hij belooft aan de Vlaamse katholieken de verplichte tweetaligheid van het officierenkorps en hij probeert de publieke opinie tevreden te houden met het systeem van regionale rekrutering.
Nadat Duitsland officieel bekend maakte de Belgische neutraliteit niet te zullen eerbiedigen draaien ook zijn meest fervente tegenstanders bij.

België mobiliseert
Op 27 juli 1914 bestaat het leger uit 15 gevechtsklare eenheden waarvan er 11 door loting, 3 door persoonlijke dienstplicht en 1 door opgevoerde dienstplicht zijn samengesteld.
Het veldleger bestaat formeel uit 143.000 man, maar 40.000 zijn er niet komen opdagen. Verder zijn er 14.000 beroepsmilitairen, 65.000 in het vestingsleger en 190.000 rijkswachters en leden van het officierskader.
Op 21 juli 1914 kondigt België de algemene mobilisatie af. Het veldleger bestaat uit 6 divisies, 1 cavaleriedivisie (4500 ruiters) en legertroepen. Een legerdivisie bestaat uit 3 of 4 brigades, op hun beurt bestaande uit 2 infanterieregimenten, een artilleriegroep (12 kanonnen na 75 mm), een regiment cavalerie, een regiment artillerie (36, 75 en 150 mm kanonnen), genietroepen en diensten.
Verder beschikt het leger over 37.600 paarden, 2600 wagens en 1500 auto's.
  • 1e divisie in Gent, naar Groot-Brittannië gericht
  • 2e divisie in Antwerpen
  • 3e divisie in Luik, t.o.v. het Duitse leger
  • 4e divisie in Namen, tegen de Franse troepen
  • 5e divisie in Bergen, in de streek tussen Maubeuge en Rijsel
  • 6e divisie in Brussel als hoofdkwartier van de cavalerie
Het veldleger beschikt over 93.000 geweren, 6000 sabels, 324 kanonnen en 102 machinegeweren.
Het kader heeft geen ervaring en er bestaat geen opleiding voor soldaten zodat ze met hun verschillende uniformen en zonder wapens een ordeloze troep vormen. De infanterie is in reorganisatie en beschikt dus niet over voldoende zwaar geschut.
Dit alles staat onder het bevel van generaal Gérard Leman.

Ook de eensgezindheid omtrent de verdediging is ver te zoeken. Luitenant-generaal Selliers de Moranville wil het leger terugtrekken naar Antwerpen dat als bevoorradingsplaats dienst kan doen terwijl vestingtroepen in Luik en Namen de Duitse opmars zullen belemmeren.
Kolonel Baron de Ryckel wil daarentegen het veldleger positie laten nemen tussen de Ourthe en de Duitse grens met later eventueel terugtrekking tot Antwerpen.


Koning Albert I kiest uiteindelijk voor een legerconcentratie op de linkeroever van de Maas, met Antwerpen als basis voor bevoorrading.













Het fort van Loncin na de Duitse beschieting
Een laatste poging
Op 2 augustus 1914 schrijft Koning Albert I een persoonlijke brief aan de Duitse keizer, in een laatste poging het onheil af te wenden. Om 19:00 uur komt er als antwoord een ultimatum waarin wordt meegedeeld dat Frankrijk Duitsland zal aanvallen door België en dat België niet in staat zal zijn deze aanval af te weren. Duitsland vraagt toestemming door België heen te trekken om Frankrijk tegen te houden...
Op datzelfde moment passeren de Duitsers reeds de Luxemburgse grens. De Luxemburgse regering ontving een telegram waarin stond dat Duitsland op de hoogte was van de Franse optocht naar Luxemburg en dat Duitsland daarom uit zelfverdediging de Luxemburgse neutraliteit moest schenden. Diezelfde dag nog is Luxemburg in Duitse handen.
Koning Albert I geeft op 3 augustus 1914 een ontkennend antwoord aan Duitsland nadat hij de bevestiging voor gewapende steun ontving van Groot-Brittannië en Frankrijk. Als antwoord hierop verklaart Duitsland de oorlog aan Frankrijk.
De Belgische legers worden hierop als volgt verschoven:
  • 1e divisie van Gent naar Tienen
  • 2e divisie van Antwerpen naar Leuven
  • 3e divisie van Bergen naar Peuvez
  • 4e divisie van Brussel naar Waver
De bal gaat aan het rollen
               
                              Alexander von Kluck                             Karl von Bülow

Op 4 augustus 1914 valt Duitsland België binnen zonder formele oorlogsverklaring. De aanval wordt geleid door het 1e Duitse leger onder generaal Alexander von Kluck en het 2e leger van generaal Karl von Bülow.
Om 7:30 uur vallen ze binnen bij Gemmenich, bij Luik. En terwijl de Belgische legertop ruzie maakt over de verdediging van Luik, naderen 34.000 Duitsers (met 125 stukken geschut) de forten rond Luik onder leiding van generaal Von Emmich. De forten worden verdedigd door de Belgische 3e divisie (ca. 23.000 man) onder generaal Gérard Leman, de 15e brigade van de 4e divisie uit Namen, 4 vestingsinfanterieregimenten, wat kleinere eenheden, 500 burgerwachten en de bemanning van de forten (ca. 32.000 man). Samen beschikken ze ongeveer over 250 nieuwe kanonnen, een honderdtal verouderde stukken en 30 machinegeweren.
In het Belgische parlement spreekt de koning om 10:00 uur het parlement toe. Hij vraagt de politieke onenigheid te negeren voor de duur van de oorlog en keurt 200 miljoen frank oorlogskredieten goed.
's Middags beslist de Kroonraad beroep te doen op Britse, Franse en Russische steun.
Via Hombourg bereiken de Duitsers Wezet (Visé). Als ze een bruggenhoofd over de Maas proberen te slaan worden ze door artillerie vanuit het fort van Pontisse teruggedreven. Als represaille halen ze alle bewoners uit hun huizen en brengen ze naar het station. De woningen worden in brand gestoken, de vrouwen moeten de stad verlaten en ongeveer 600 mannen worden naar een kamp in Münder gebracht. 36 mensen worden neergeschoten.
Om 23:00 uur gebiedt Groot-Brittannië in een ultimatum Duitsland België te verlaten en verklaart na weigering de oorlog aan Duitsland. De Britse Veldmaarschalk Horatio Kitchener geeft het bevel het Kanaal over te steken.

's Nachts bouwen de Duitsers de eerste botenbrug bij Wezet.

De aanval op Luik
Otto von Emmich

Op 5 augustus 1914 om 22:00 uur opent generaal Otto von Emmich een aanval op de forten rond Luik. Deze forten vormen een blokkade voor het Duitse 1e en 2e leger in hun opmars naar Frankrijk. De Duitse 38e en 43e brigades proberen in het zuiden tussen Boncelles en de Ourthe door te breken. De Duitse 34e brigade gaat in het noorden bij Lieze (Lixhe) de Maas over.
De Belgische generaal Leman trekt zich met zijn hoofdkwartier in de Citadel terug.
's Nachts begint de werkelijke aanval op Luik.
De volgende dag kwamen ook Franse legers te hulp

Slag der zilveren helmen
Op 12 augustus 1914 vond er in Halen een confrontatie plaats tussen Duitse cavalerie en Belgische troepen in de slag der zilveren helmen. De Duitse opmars naar het noorden werd even gestuit.

Represailles in Aarschot
Aarschot werd door de 8e Infanteriebrigade onder kolonel Johannes Stenger bezet. Stenger werd in het centrum doodgeschoten. Zie hiervoor het artikel Duitse represailles in Aarschot op 19 augustus 1914.

De Slag der Grenzen
Op 20 augustus 1914 is Brussel in handen van het Duitse 4e legerkorps onder generaal Sixt von Arnim. Het Duitse 1e, 2e en 3e leger trekken verder België binnen.
De Duitsers sturen 60.000 man naar Antwerpen om de Belgische koning en zijn troepen daar vast te houden terwijl de rest van hun troepen naar de Frans-Belgische grens oprukt.
Vanaf 20 augustus tot 25 augustus 1914 woedt de Slag der Grenzen tussen de Ardense regio en het noorden van Metz.

Ondertussen: Leuven
Op 25 augustus 1914 doden de Duitsers in Leuven 218 burgers en branden ze de stad gedeeltelijk plat. Koning Albert I organiseert een uitval naar Haacht en het Duitse garnizoen is even van zijn stuk gebracht. 's Avonds komt het Duitse bevel Leuven te vernietigen. De Duitse troepen zetten vele eeuwenoude gebouwen (bv. de universiteitsbibliotheek) in brand en gijzelen de inwoners. 173 Leuvenaars worden gefusilleerd. Ook het gebied tussen Mechelen en Brussel deelt in de klappen.

Ondertussen: Mechelen - Zemst
In het dorpje Zemst op 5 km ten zuiden van Mechelen worden door de Duitse Uhlanen burgers vermoord en mishandeld, alsook huizen in brand gestoken.

Ondertussen: Dendermonde
Dendermonde is samen met Leuven de stad die het meest geleden heeft in de Eerste Wereldoorlog. Bij de Duitse inval in 1914 werd de helft van de huizen volledig vernield. Er stond niets meer recht met uitzondering van de gotische Onze-Lieve-Vrouwekerk uit de vijftiende eeuw. Wegens zijn karakter van vesting- en garnizoensstad en de talrijke verwoestingen en onrust is Dendermonde, ondanks zijn gunstige ligging, nooit uitgegroeid tot een belangrijk handels- of industriecentrum.



Antwerpen valt

Op 25 augustus kreeg Antwerpen voor het eerst in haar geschiedenis te maken met luchtbombardementen vanuit een Zeppelin. Vanuit het Duitse luchtschip werden negen bommen gedropt op de binnenstad in de buurt van de Falconrui en de Stadswaag. De ontploffingen maakte verschillende doden en gewonden. De dag erna gaven de plaatselijke overheden het bevel 's nachts en 's avonds alle lichten te doven. De Belgische 4e divisie trekt zich op 2 september 1914 terug tot Antwerpen om zich bij de rest van het leger te voegen.
En als op 9 september 1914 de Britse Lt. Commander Littlejohns aankomt met 6 kanonnen van 12 cm en van 15 cm lanceert koning Albert I een aanval op de Duitse strijdkrachten. De Duitse keizer schrikt van dit initiatief en beveelt de inname van de Antwerpse haven. De kanonnen worden opgesteld op treinen in de spoorwegplaatsen te Hoboken. 70 Belgische militairen zullen de trein bemannen onder bevel van Kapitein Servais. Op 23 september vertrekt het eerste spoorwegkanon om samenwerkend met een vliegtuig vijandelijke stellingen te bombarderen.

 generaal von Beseler

De Duitse generaal Von Beseler verovert Mechelen op 27 september 1914 en daarmee is de Duitse aanval op Antwerpen geopend. De volgende dag beschieten de Duitsers de forten rond Antwerpen met 420-mm en 305-mm granaten. Op 29 september 1914 bereiken de Duitsers de eerste bruggen maar worden onder vuur genomen vanuit het Fort van Walem. Een Duitse granaat komt in het munitiemagazijn terecht en het fort is niet meer. Ook Fort Sint-Katelijne-Waver wordt na 30 uur beschietingen ijlings verlaten.
Enkele dagen later, op 2 oktober 1914 geeft koning Albert I opdracht tot de terugtrekking tot Oostende omdat hij vreest dat Antwerpen het niet langer zal uithouden. De Britten arriveren de volgende dag in Oostende en steken de bevolking en het leger een hart onder de riem. Als Winston Churchill op 4 oktober Antwerpen bezoekt is het reeds te laat en kunnen de Duitsers niet meer gestopt worden.

Op 6 oktober 1914 is de Belgische verdediging van de Antwerpse haven zwaar toegetakeld en moet geëvacueerd worden. 's Nachts steken ze heimelijk de Schelde over. De volgende dag vertrekken ook de Belgische regering en het Corps Diplomatique naar Oostende.
De val van Antwerpen is een feit op 10 oktober 1914. Admiraal Von Schroeder is de nieuwe Duitse militaire gouverneur van de stad.

De Slag om de IJzer

Op 12 oktober 1914 rukken de Duitsers Gent binnen en de volgende dag wappert de Duitse vlag op het stadhuis.
De volgende dag stellen Franse, Britse en Belgische troepen zich achter de IJzer en de Ieperlee op. Uitgeput graven ze zich in in spoedloopgraven onder de belofte van hun oversten spoedig naar huis terug te keren. De Slag om de IJzer kan beginnen...

De eeuwige strijd om Ieper
De Britten bezetten Ieper vanaf 14 oktober 1914.

De Eerste Slag om Ieper
De Slag van Langemark luidt op 21 oktober 1914 het begin van de Eerste Slag om Ieper in. Pas als het Duitse oppercommando op 22 november 1914 besluit het offensief te staken is de slag gestreden.

De Tweede Slag om Ieper
De Tweede Slag om Ieper gaat op 17 april 1915 van start als zware mijnladingen onder de Duitse stellingen op Hill 60 tot ontploffing worden gebracht. Tijdens deze slag wordt er kennisgemaakt met een nieuw wapen: nl. chloorgas. Nadien krijgen de troepen gasmaskers mee. Soms zelfs twee: als het ene niets uithaalt, kan het andere misschien helpen...
Als de Tweede Slag om Ieper is afgelopen, blijven de Duitsers en geallieerden de komende jaren toch kleine uitvallen doen om enkele meters grond te bemachtigen.

In tussentijd
Op 18 juli 1915 wordt door de Britse 175° Tunneling Company Royal Engineers een ondergrondse mijn van 1 750 kg ammonal tot ontploffing onder de Duitse uitkijkpost in 't Hooge. Er ontstaat een krater van 40 m diameter en 16 m diepte. Het 4° Middelsex (8° Brigade van de 3° Divisie) neemt de krater onmiddellijk in. Maar op 30 juli 1915 moeten ze de krater vrijgeven omdat ze bestookt worden door Duitse vlammenwerpers.
De Duitsers zetten op 2 juni 1916 een groot offensief (De Strijd om Mount Sorrel) in vanuit hun stellingen op Hill 60. Het levert hun aanvankelijk veel winst, maar die moeten ze deels prijsgeven bij hevige Canadese tegenaanvallen. Uiteindelijk is op 6 juni 1916 het gebied tussen Hill 60 en Hill 62 in Duitse handen. Op 12 juni 1916 zet de Canadese infanterie de tegenaanval in op Hill 62. Ze verrassen de Duitsers midden in de nacht. Enkele uren en honderden slachtoffers later is de heuvel terug in Canadese handen.
Op 7 juni 1917 ontploffen 19 dieptemijnen onder 21 Duitse stellingen op de heuvelrug van Mesen. De Duitsers zijn zo onder de indruk dat ze bij de Britse infanterieaanvallen op Hill 60 en bij Spanbroekmolen op de vlucht slaan. De dieptemijnen werden geplaatst als voorbereiding op een groot offensief, de Derde Slag om Ieper, gepland door de Britse veldmaarschalk sir Douglas Haig, om de Duitse linies tussen de Noordzee en de Leie te doorbreken. Het Britse 2° leger onder generaal sir Herbert Plumer voert de uiteindelijke aanval uit en verovert de heuvel ten koste van 17.000 manschappen. De Duitsers verliezen 25.000 soldaten. Wijtschate is een klein landelijk dorp nabij Ieper.

Douglas Haigh         sir Herbert Plumer

De Britten beginnen op 11 juli 1917 een luchtoffensief boven Ieper om de Duitsers uit de lucht te halen voor hun groot offensief dat gepland is tegen het eind van de maand. Ze bombarderen ook de Duitse loopgraven buiten de stad.

De Derde Slag om Ieper
Met de Slag om Passendale gaat op 31 juli 1917 de Derde Slag om Ieper van start. De Britse generaal sir Douglas Haig vermoedt dat deze slag de Duitsers eindelijk zal doen wankelen. Er staan op dat moment bijna een miljoen manschappen tegenover elkaar. De slag zal tot 10 november 1917 duren.

De Vierde Slag om Ieper
Op 1 maart 1918 bezet het 2° Beierse R.I.R., van generaal-majoor von Dittelberger, Diksmuide. Als oefening voor het Duits offensief dat gepland wordt op Loos-Armentières door de 1° Beierse Reservedivisie lijkt het de Duitsers nuttig Diksmuide aan te vallen. Ze plannen dit voor 18 maart 1918. Zo wordt de Vierde Slag om Ieper gestreden.

This is the End
Het geallieerde tegenoffensief. De Duitsers startten in 1918 een offensief tegen de Britten en Belgen bij Ieper in Vlaanderen. Op het eerste gezicht waren deze offensieven succesvol: de loopgraven werden verlaten en een flinke terreinwinst werd geboekt. De troepen waren echter aan het eind van hun Latijn. De offensieven liepen alle drie vast in modder, bloed, en een muur van frisse Amerikanen. Over het hele front werden de Duitsers in de herfst van 1918 teruggedreven. De geallieerden waren nu in de aanval vanaf het Ieperfront. Voor de algemene aanval naar de Schelde zie Slag aan de Schelde van 31 oktober tot 1 november 1918 was de uitvalsbasis de weg Anzegem - Waregem en de spoorweg Kortrijk - Deinze. De bezetting van de heuvels tussen Schelde en Leie werd voor de Amerikaanse 37th Div. en de 91st Div. een zware klus. Op 1 november 1918 's avonds, werd Petegem bezet door de 41ème Franse D.I. Oudenaarde - Bevere door eenheden van de 91st A.E.F. Inf. Div. alsook van de 128ème Franse D.I. De Amerikanen hadden in de Spitaalsbossen van Wortegem gedurende twee dagen een korte, maar harde noot moeten kraken.
11 november 1918, 11 uur in de ochtend: Wapenstilstand. Aan alle geallieerde offensieven komt een eind en enkele dagen later beginnen de Duitsers zich terug te trekken uit de Franse en Belgische streken die ze nog bezetten.

Foto genomen juist na het ondertekenen van de Wapenstilstand op 11 november 1918 in het bos van Compiègne. Op de voorgrond Maarschalk Foch (tweede van rechts), geflankeerd door twee Britse officieren: schout-bij-nacht Hope (uiterst rechts) en admiraal Wemyss. De wagon was aan Foch geschonken door de fabrikant, Compagnie Internationale des Wagons-Lits.

De Amerikanen passeren op 20 november 1918 de Luxemburgse grens in de richting van Duitsland.
Het begraven van overleden burgers kan beginnen.